Italiaans leren kan zonder cursusboek, app of abonnement. Met Taalkaarten pak je een kaart, kijk je naar de illustratie en raad je het Italiaanse woord. Draai om, en je ziet de vertaling met de uitspraak erbij, geschreven voor Nederlanders.
Voor je volgende reis naar Toscane, omdat je graag kookt of gewoon omdat je van de klank houdt: een paar minuten per dag is genoeg om een stevige basis op te bouwen.
Italiaans leren zonder app of scherm
Een taal leren op je telefoon klinkt handig, tot je merkt hoe vaak je afdwaalt naar iets anders. Kaarten hebben dat probleem niet. Je legt ze op tafel, je bent tien minuten met Italiaans bezig en dan ben je klaar. Geen meldingen, geen inlog, geen batterij.
Kaarten laten je bovendien zelf het antwoord bedenken voordat je het ziet. Dat kost net wat meer moeite dan meelezen, en juist die moeite zorgt dat een woord blijft hangen. Wie Italiaans leren vanuit het Nederlands wil aanpakken zonder eerst grammatica te stampen, begint zo met woorden die direct bruikbaar zijn.
Ook als je al eens een cursus Italiaans voor beginners hebt gevolgd en veel bent vergeten, zijn kaarten een fijne manier om het weer op te halen.
Uitspraak geschreven voor Nederlanders
Italiaans spreek je grotendeels uit zoals je het schrijft, maar een paar regels zijn anders dan in het Nederlands. Een c voor een e of i klinkt als “tsj”, ch klinkt juist als een k, en gn klinkt als “nj”. Wie dat niet weet, zegt al snel iets wat een Italiaan niet herkent.
Daarom staat de uitspraak op elke kaart in gewone letters, zoals je ze als Nederlander zou lezen. Geen fonetische tekens, geen audiobestand. Je leest het hardop en je zit er meteen dichtbij.
Zo oefen je met de kaarten
Zo haal je in tien minuten het meeste uit je kaarten:
- Pak één onderwerp. Een kleine stapel werkt beter dan alle kaarten tegelijk.
- Zeg het hardop. Bekijk de illustratie en spreek het Italiaanse woord uit voordat je omdraait.
- Controleer en herhaal. Klopt het? Lees de uitspraak nog een keer hardop mee.
- Sorteer. Goed geraden gaat op de ene stapel, twijfel en fout op de andere.
- Kom terug op de lastige stapel. Oefen die tot hij leeg is.
- Schud morgen alles opnieuw. Wat je dan nog weet, kun je echt gebruiken.
Oefenen met z’n tweeën is extra leuk. Laat de ander een kaart omhoog houden, of speel tegen de klok.
Twijfel je of Italiaans lastig is om te leren? Lees Is Italiaans moeilijk?.